Geschiedenis van de collectie

Het Anton Pieck Museum is opgericht in 1984 in Hattem.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)

Waarom Hattem?

Anton Pieck werd in Den Helder geboren, hij woonde in Den Haag en een groot deel van zijn leven bracht hij door in Overveen. Hattem komt niet voor in zijn levensbeschrijving.

Door een overzichtstentoonstelling van het werk van Pieck in Laren in 1980, die heel veel bezoekers trok, kregen de plannen voor een eigen museum voor Pieck een belangrijke impuls. Pieck voelde er aanvankelijk niets voor maar begon toch langzamerhand te wennen aan het idee, dat er een museum aan hem gewijd zou worden. Hij stelde echter wel een voorwaarde. Hij wilde niet in zijn werk gestoord worden door belangstellenden, die na afloop van een museumbezoek, ook nog eens in bussen langs zijn huis kwamen rijden om te zien waar en hoe de kunstenaar woonde. Het museum mocht dus niet te dicht bij hem in de buurt, dat wil zeggen bij Overveen komen.

De initiatiefnemers gingen op zoek naar een vestigingsplaats voor het museum. Een Anton Pieck-expositie in Hattem richtte de aandacht op dit stadje aan de IJssel.

Ook het gemeentebestuur van Hattem was enthousiast om het museum binnen haar muren te halen. Gezamenlijk zochten de initiatiefnemers en het gemeentebestuur naar een geschikte locatie. Dat werd uiteindelijk een pand achter het Voerman Museum, zodat in Hattem een museumcomplex ontstond van twee musea onder één dak, maar met eigen besturen. Het complex bestaat uit twee zijdelings aan elkaar gebouwde, van binnen deels in elkaar overlopende “stadsboerderijen”, gelegen binnen het oude stadscentrum van Hattem. Het Anton Pieck Museum werd op 6 september 1984 door Anton Pieck zelf geopend, in bijzijn van H.K.H. Prinses Margriet.

Wat vond Anton Pieck van zijn museum?

Hoewel Anton Pieck akkoord was gegaan met de oprichting van een museum, bleef hij lange tijd vreemd aankijken tegen het feit dat al tijdens zijn leven een museum aan hem gewijd werd. Een overtuiging die hij schoorvoetend liet varen. Pieck hielp zelfs mee met het ontwerpen van het binnenplaatsje, de gevel en het interieur van “zijn” museum.

In een documentaire over het museum zei hij: “Hoe langer je dood bent hoe interessanter het museum wordt, als alles tenminste naar wens verloopt. Dat er nu al een museum aan mij gewijd wordt, waardeer ik bijzonder, vooral de warme en gezellige manier van restaureren. Dat is iets waar ik dankbaar voor moet zijn. Toch ben ik nog niet aan een museum toe: ik ken uit de geschiedenis zo ontzettend veel mensen, die hun leven lang hard gewerkt hebben, die veel meer gepresteerd hebben dan ik en die in hun hele leven nooit een woord van waardering hebben gehad. Wanneer ik me daarmee vergelijk voel ik me een beetje een verwend zondagskind.

Voor mij blijft naast het museum toch altijd het tekenplankje belangrijk. Nu het museum er toch is, hoop ik dat het toch een goede toekomst tegemoet gaat. Voor mezelf ben ik daar helemaal niet zeker van. Ik heb natuurlijk het gevoel: als iemand een museum van je maakt, nou ja, dat bestaat een paar jaar en dan is het gebeurd. Maar ik wens het museum het allerbeste, en zoals de zaken er nu voor staan ben ik toch dankbaar voor alles wat er in die richting is gepresteerd”.

Uitbreiding van het museum was noodzakelijk

Na het overlijden van Anton Pieck in 1987 werd het museum de trotse eigenaar van onder andere de werkhoek van Anton Pieck en zijn etspers. Een kostbaar bezit, maar het plaatste het museum wel voor een probleem. De beschikbare ruimte was te klein om deze aanwinsten te herbergen. Uitbreiding van het museum was dus noodzakelijk.

Een lange periode van onderhandelen met het gemeentebestuur van Hattem begon. Gemeente Hattem erkende het belang van het museum voor de stad en zocht naar mogelijkheden om de uitbreiding te realiseren. In 1989 deed zich de kans voor een aangrenzend pand te kopen. Daarna startten de gesprekken over de precieze invulling van de nieuwbouw. De gemeenteraad ging akkoord en stelde een krediet beschikbaar. Op 23 mei 1991 werd het Anton Pieck Museum officieel heropend. De tentoonstellingsruimte was van 170 vierkante meter uitgebreid tot 545 vierkante meter.

Drie verdiepingen

Na de uitbreiding kreeg het museum de beschikking over 3 verdiepingen waar het eigen bezit van het museum en het werk van de bruikleengevers tentoongesteld kon worden.

Op de begane grond bevinden zich twee zalen. In één zaal is de permanente expositie ingericht en in de andere is de werkhoek van Anton Pieck ondergebracht met de daarbij behorende middeleeuwse stoel, de tafel uit zijn ouderlijk huis, een boekenkast en op tafel natuurlijk zijn tekenmateriaal en allerhande attributen en snuisterijen waarmee de kunstenaar zich dagelijks omringd zag. Verder bevinden zich op de begane grond de voorzieningen voor de bezoekers, zoals informatiebalie, garderobe, (invaliden)toiletten, drankautomaat met enkele zitjes en de museumwinkel.

Op de bovenverdieping bevinden zich twee zalen die voor thema-exposities worden gebruikt.

Op de benedenverdieping vindt u het hele jaar door een selectie van het grafische werk waarbij steeds een keuze gemaakt wordt uit het veelzijdige oeuvre dat bestaat uit houtsnedes, etsen, gravures, droge naald etsen en litho’s. Daarnaast treft u hier een jaarlijks wisselende expositie waarin we een van zijn vele disciplines belichten, al dan niet aan de hand van een thema.